Review Roskilde 2002 [3/4]

Roskilde 2002 De zaterdag begint voor ons, zoals dat tot nu toe elk jaar gebruikelijk was, met een klein uitstapje richting het noorden, naar de stad Roskilde. Want het is wat mij betreft niet enkel het festival wat Roskilde aantrekkelijk maakt. Het is zo’n typisch Skandinavisch stadje, met lange rijen kleine visserswoningen en brede wegen erdoorheen. Aan het grote plein in het centrum treffen we een behoorlijk grote kathedraal. Vorig jaar hebben we daar al een rondje omheen gelopen, dus dit jaar verleggen we de aandacht wat meer richting haven. Daar treffen we het Vikingeskibsmuseet [vikingschip museum], waar je voor 60 kronen [€8] ongestoord kunt lezen over dit authentieke oorlogsschip. Toch ietwat aan de dure kant vinden wij, waarna we besluiten om gewoon even lekker door de haven zelf te struinen. Want aldaar zijn ook allerlei fraaie exemplaren te bewonderen, voornamelijk wat jongere vissers- en vrachtschepen, rond de 150 jaar oud. Het weer zit nog behoorlijk mee, alhoewel de wind toch aan de forse kant is. Maar een wandeltochtje over de steiger laten we niet liggen. Uitwaaien heet dat in de juiste toeristische termen.

Of het door onze geografische kennis komt, door het feit dat we al drie keer eerder in Roskilde waren of gewoon omdat de stad zo eenvoudig in elkaar zit, ik weet het niet, maar we weten in één keer de McDonalds te vinden. Zo van de haven ernaartoe gereden, dat is geen sinecure zou je denken. Piece of cake dus. Ook de plaatselijke McDonalds mag zich inmiddels tot de bezienswaardigheden van Roskilde rekenen. Wij hebben er althans nog alle jaren minstens één keer de maaltijd mogen gebruiken. In de auto dus, met de muziek op standje ‘are you nuts’. Ik ben blij dat ze daar nog niets hebben veranderd aan het Big Mac menu, want dat was weer fantastisch. Zo’n geintje kost in Denemarken overigens 50 kronen [€6,75]. In 2000 kregen we daar dan ook nog eens een zeven-tiende liter cola bij, maar dat was gelukkig een eenmalige actie. De standaard halve liter is ruimschoots voldoende. Er valt van alles te beleven bij de Mac in Roskilde. Het festival is daar uiteraard debet aan. Een bonte stoet mensen trekt eraan voorbij, daar het op de looproute naar het terrein ligt. Allemaal met een krat bier aan een riem achter zich aan slepend, dus echt rustig kun je het er niet noemen. Op zulke momenten ben je dan heel erg content met je auto.

Hie Dung-Gu
Na de maaltijd wordt toch maar de terugreis naar het festivalterrein aanvaard. We hadden al een hoogtepunt gemist voor de dag. Om één uur is afgetrapt voor de derde en vierde plaats op het WK voetbal. Turkije en Zuid-Korea. Normaliter had ik daar zeker naar gekeken, maar nu is alle enthousiasme echt ver te zoeken. Toch heeft de festivalorganisatie voor de gelegenheid enorme schermen laten optrekken op orange, zodat niemand een minuut van dit voetbalspektakel hoeft te missen. Maar ja. Misschien morgen dan, de echte finale. Voorlopig zijn wij alleen geïnteresseerd in de volgende band.

HARD!
Roskilde 2002Om half acht gaat Manowar los [zaterdag, 19:30, orange, 29/06/2002], en elke band die een vermelding in het Guinness Book of Records achter de naam heeft staan kan op mijn sympathie rekenen. Deze vermelding hebben ze gekregen omdat ze officieel de hardst spelende band op deze aardkloot zijn. En ja, dat is te horen. Onwaarschijnlijk hard is het. Vonden we Slayer al oorschelptergend, Manowar doet dat nog eens dunnetjes over. Het handelt hier om rauwe ‘in your face’ hardrock, zoals dat in de jaren 80 heel gebruikelijk was. Stel je Iron Maiden voor, maar dan met extra sambal, én Guinnessvermelding dus. Ik weet het, ik smachtte gisteravond naar wat heftigers, maar dit slaat werkelijk alles. Dit is voor mij echt te heftig. De Big Mac draait zich bijkans om in m’n maag, en dat kan niet de bedoeling zijn. Een snelle blik naar mijn festivalgenoot overtuigt mij ervan dat dit gevoel niet enkel en alleen het mijne is, en dus wordt er snel naar alternatieven gezocht.

Tee
De merchandise dan maar, want een officieel t-shirt mag natuurlijk niet ontbreken in de verzameling. Dat betekent een behoorlijke wandeling, tot aan de andere kant van de spoorlijn die het campingterrein als een mes doorsnijdt. Je moet het er voor over hebben, voor een echt shirt. Natuurlijk is het geen probleem om een cheap-ass shirtje te halen bij deze of gene ‘get your festival t-shirt here’-kerel, je komt ze overal tegen. Maar nee, de echte is doorgaans een stuk chiquer, mooier gemaakt en van veel betere kwaliteit. Vooral het shirt van 2000 heb ik veel plezer van. Ook dit jaar is het een bijzonder kunstwerkje geworden. Donkerblauw met in het zwart het getal 02, waarbij de 0 een ellips is met in het midden het ‘logo’ van Roskilde, de tent van green. Mooi stofje ook, dat flexibele materiaal. Erg fraai allemaal, maar dat mag ook wel voor dat geld. 160 Kronen moeten daarvoor neergeteld worden [zo’n €22], dat valt an sich behoorlijk mee moet ik zeggen. We zijn erger gewend hier in Denemarken… Die gaat mooi in de rugtas, want ondertussen is het tijd geworden om ons richting green te begeven.

Shockeren
Om nog wat tijd te doden betrekken we twee vierkante meter op de vloer van white, waar we fijn chillend een glas bier gebruiken. Ergens achter de coulissen draait iemand wat rustige techno, waar een handvol mensen zich toch nog behoorlijk uitgelaten op laat gaan. Recht voor ons, op zo’n meter of vijf, zijn twee meisjes of jonge vrouwen [dat verschil is moeilijk te zien zo in de schemering] erg uitdagend met elkaar aan het dansen. Mijn diagnose is dat het hier twee vrouwen betreft die middels een semi-lesbische show proberen om de aandacht van het mannelijk volk te trekken. Dat had iedereen kunnen bedenken, want tijdens hun gezoen zitten ze wel erg aandachtig om zich heen te kijken of niet iemand het ziet. Gewoon blijven zitten dus, shockeren werkt niet meer op zaterdagavond. Zo’n biertje is interessanter in dit geval.

Stro
Roskilde 2002 Dan op naar Erykah Badu [zaterdag, 21:00, green, 29/06/2002]. Dit is nou een act die ik, als ik hier alleen was geweest, ongetwijfeld volledig aan mij voorbij had laten gaan . Want wie is nou in ’s hemelsnaam Erykah Badu? Het programmaboekje: “…genuine soul music… almost spiruitual… intense contact…”. Mijn festivalgenoot: “Mjah, ze had wel een hitje met het nummer Tyrone…”. Hier word ik dus niets wijzer van. Dan maar gewoon kijken. Green is al redelijk vol aan het stromen zo rond negen uur. Kennelijk zijn er toch veel mensen die Badu een warm hart toedragen. Een Skandinaviër voor ons wijst op onze entreebandjes, die armbanden die aangeven dat je betaald hebt en dat je het terrein op mag. “Accreditation passes, we’re press”, verklaar ik het afwijkende karakter van de onze in vergelijking met de zijne. “If you are press, then why don’t you ask me something?”, sommert hij bijkans, in ook al vlekkeloos Engels. Verrassend. Snel iets bedenken. “Why are you here, at the Erykah Badu gig?”, probeer ik. Daar had hij kennelijk zelf ook nog niet over nagedacht, want het blijft een tijdje stil. “Nee mannetje, met slappe excuses kom je er niet vanaf,” als jij begint dan verwacht ik toch een goed antwoord. En dus begint hij kort over hoe leuk hij Badu wel niet vindt. Dat ‘ie dit relaas überhaupt gehaald heeft zal hem prettig stemmen, al vrees ik dat z’n Nederlands niet op peil is. Op datzelfde moment komt het overige publiek hem redden. Een enorm gejuich stijgt op uit de menigte, wat het teken is dat er aanstonds iets staat te gebeuren. Jawel, de voltallige selectie van de FC Badu betreedt het podium. Het aantal bandleden is aanzienlijk, de kledij van Erykah zelf trouwens ook. In enorme strooien jurk en mega-hoed komt ze op. “Begin nou maar”, denk ik bij mezelf, “je hebt in principe nog een half uur voordat ik weg ben, want om kwart voor tien ben ik op orange.” De eerste tonen klinken inderdaad erg soulish, heel laidback en wellicht ook wel wat spiritueel.Er wordt een heel rustig tempo op na gehouden, waarin vooral ruimte is voor de vocale kwaliteiten van mevrouw Badu zelf. Het klinkt bijkans als een klaagzang over wat er in de wereld mis is, maar het overtuigt geen enkel moment.

Mag dat?
Al bij het derde nummer betrap ik mezelf erop aan heel andere zaken te denken dan aan het voorrecht om hier te mogen en kunnen staan. Zo gaan mijn gedachten onwillekeurig terug naar de malaise met de auto, drie dagen eerder, aan Rammstein twee dagen eerder, en zelfs aan die mooie antieke scheepjes in de haven, die dezelfde middag aanschouwd werden. Maar eigenlijk niet een keer sta ik stil bij de klanken van het gebodene hier en nu. Muzak dus, en dan ook nog eens heel hard gespeeld. Mag dat? Wat mij betreft niet. Ik realiseer me dat ik hier niet alleen ben, en dus hou ik me rustig. Hoeveel liever had ik ergens een lekker bakje koffie gehaald en gestaard naar al dat gekke volk wat hier rondloopt. Maar dat zou getuigen van erg weinig respect. Like I said, ik ben hier niet alleen. Echter wordt al snel daarna het signaal ‘afnokken’ gegeven. En dan pas blijkt dat Erykah Badu ook prima op orange had kunnen staan. Man, wat is het hier druk zeg! Het duurt alweer een goede tien minuten voordat we in wat rustiger vaarwater belanden. Kennelijk ben ik dan toch de enige die zich niet laat strikken voor die soulcrap. Als we eenmaal weer een normaal tempo kunnen wandelen blijkt er inmiddels geen tijd meer voor die aan mezelf beloofde koffie, want de tijd om een plaatsje op orange te bemachtigen is ruimschoots aangebroken. Daar is het woord nu aan New Order [zaterdag, 22:00, orange, 29/06/2002].

Fuckin’ disco
Roskilde 2002Van New Order zullen de meeste mensen wel eens iets gehoord hebben. In de jaren 80 was dit één van de toonaangevende disco gezelschappen, als antwoord op de Britse punkscene. De roots liggen in Joy Division, wat overigens niet zo’n lang leven beschoren was na een ophangpartij van één van de bandleden. De resterende drie gingen door en vormden New Order. Niet zonder succes, want in de jaren 80 kenden ze een respectabel aantal hits, waarvan de namen echter grotendeels aan mij voorbij gegaan zijn. In 2001 uiteindelijk kwam er sinds 10 jaar weer wat spannends uit, de plaat Get Ready. En ook nu blijkt dat de mannen van New Order nog steeds gevoel hebben voor het maken van hits. Wij hebben een plaatsje gevonden aan de linkerkant van het podium [voor de artiest rechts], tegen de hekken van het afgezette gedeelte voor het podium. Lekker hangend op de leuning zien we hoe de band opkomt. Het optreden begint met het wat bevreemdende Chrystal. Het blijkt dat nog niet heel erg veel mensen hun weg naar orange hebben gevonden, want stervensdruk is het zeker niet. Hoe zou dat komen. Te vroeg voor een Grote Naam? Een te jong publiek? Ik weet het niet. Feit blijft dat we in alle rust kunnen toekijken hoe zanger Bernard Sumner zich ‘opwindt’ over de beats die op de rustige momenten tussen de nummers door uit yellow komen aanrollen. “Turn the fuckin’ disco off’, is kennelijk zijn motto voor de avond, want het wordt nog een aantal keren herhaald. En dan! Waar ik al zo vurig op hoopte, 60 Mph. Wat is dat toch een geniaal meesterwerk zeg. Alles klopt aan dit nummer. Het zit zo spannend in elkaar. En het refreintje is er één van grote schoonheid. De rest van de set concentreert zich voornamelijk op het wat oudere en in de basis meer succesvolle werk. Ikzelf hield mij halverwege de jaren 80 voornamelijk met The Cure bezig, vandaar dat ik voor veel nummers vooral de vergelijking met het epische A Forest trek. Wat de Pet Shop Boys de avond eerder wel lukte, lukt New Order maar ten dele: het lukt ze maar niet echt om die jaren 80-meuk er doeltreffend en overtuigend door te drukken. Erg jammer eigenlijk, want ze doen eigenlijk helemaal niets fout. Helaas, de publieke respons blijft enigszins uit.

John Digweed
Het wordt zo stilaan tijd om de grote trance-act van 2002 te gaan bezoeken. Want over enkele ogenblikken zal John Digweed alles uit de kast trekken om een wervelende show op te voeren [zaterdag, 00:00, white, 29/06/2002]. John Digweed is één van de Groten Der Aarde van dit moment als het gaat om trance en techno. Zijn sets trekken steevast vele duizenden bezoekers, of het nou in een club op Ibiza is of ‘gewoon’ in Leeds of London voor een Essential Mix van BBC’s Radio One. Digweed past naadloos in het rijtje Tiesto, Oakenfold, Sasha en Carl Cox. Dat betekent dus ruim een uur compromisloos gestamp met een creatief industriëel tintje. De host van de avond laat Digweed beginnen nadat hij de laatste tonen van The Shamen’s Move Any Mountain weggedraaid heeft. Toch leuk om dat nummer nog eens weer te horen, ik had ‘em al zo lang als single. Dan John Digweed zelf. Da’s toch wel andere koek, bijzonder straffe kost. Eigenlijk geldt een beetje hetzelfde als voor DJ Remy op donderdag. Zulke vette beats, zulke duistere geluidjes erop. Niks geen trance, het is pure techno. Totaal overtuigend worden we hier getracteerd op een knap staaltje electronica, gelardeerd met over de toppe beats die nooit decadent aandoen. Een bijzonder fijn uitgebalanceerd menu van het betere stampwerk met gesofisticeerde melodieën ‘on top’. En om het geheel binnen club-proporties te houden ontwaar ik op enkele momenten de zoete lucht van breezers om me heen. Natuurlijk! Geen bier, dat goedje is te plat voor deze vertoning. Het valt me telkens weer op dat het zelfs voor mij onmogelijk blijkt om stil te staan bij zulke opwindende muziek. Normalerwijze is dat geen probleem, maar als mij in zo’n ambiance lekkere techno voorgeschoteld wordt dan blijkt dat dat cliché toch echt waar is: je kunt simpelweg niet anders dan meebewegen. Een ernstige constatering: zelfs ik ben niet overal tegen bestand.

Aurora Borealis
De avond is na Digweed nog niet afgelopen. Het wordt hier in Denemarken, op 56 graden noorderbreedte, ’s zomers zelfs nog minder donker dan in Nederland, en dat merk je wel. De schemering die aan de noordelijke horizon hangt werkt erg bevreemdend. Alsof het geen dag of nacht is. Maar mijn horloge wijst toch echt aan dat het al tegen één uur loopt. Bijna plichtmatig begeven we ons voor de zoveelste maal naar orange, alwaar Primal Scream de trossen los gooit [zaterdag, 01:00, orange, 29/06/2002].

Zeikerig
Roskilde 2002Nooit heb ik echt wat gehoord van Primal Scream. Nooit heb ik me echt een beeld kunnen vormen van de muziek die ze maken, behalve dan dat briljante titelnummer van de soundtrack van Trainspotting. Die tien minuten muziek zijn toch wel het teken dat we hier met ras-musici van doen hebben. Maar waar het qua stijl en gevoel toe moet leiden is de vraag. Aangekomen op orange begint mijn ergste vrees de kop op te steken. Want wat we hier te horen krijgen is een soort van 13 per dozijn britpoppy liedjes. Een beetje jammerend en zeikerig krijgen we het over ons heen. Traag is het allemaal zeker, en daarvoor is het mijns inziens echt te laat nu. Maar goed, ons programmaboekje verplicht ons om hier tot minstens kwart voor twee te blijven, dan pas staat de volgende act in green op de lijst. We maken er dus maar het beste van. Maar echt waar, Primal Scream kan mij totaal niet boeien.

Mukkes te Leeuwarden
Met ijle hoop wacht ik op dat eerder genoemde instrumentale juweeltje, als daar ineens, pal voor ons, een aantal kerels zich heeft verzameld, met bij zich die enorm hoge Friese vlag. Deze kans mogen we natuurlijk niet laten liggen. Alle voorgaande keren hebben we hier op Roskilde die vlag zien wapperen, ver boven de rest uit. En nu zien we eindelijk de gezichten die daarvoor verantwoordelijk zijn. We krijgen te horen dat deze kerels uit Friesland komen [who would have guessed], uit Leeuwarden wel te verstaan. Het grote Mukkes, wat diagonaal over het doek geschilderd is, blijkt hun stamkroeg in Leeuwarden te zijn. Met ontembaar enthousiasme vertellen ze over de bus die ‘hun sponsor’ heeft laten ombouwen tot mobiele kroeg, waarmee ze alle grote festivals afgaan. Het lijkt mij een heel erg goede reden om dan als dank daarvoor met het enorm gevaarte dat die vlag is, tussen de mensen te gaan staan.

Infinite Sadness
Zo tegen tweeën trekken we green-waarts. Want daar zal klokslag twee uur de punkrocksensatie uit Zweden staan, Millencollin [zaterdag, 02:00, orange, 29/06/2002]. Ik kende al iets van hun korte en explosieve muziek van hun eerste major-release Life On A Plate [Epitaph, 1996]. Niets nieuws onder de zon, gewoon een standaard Epitaph-plaat, maar wel een leuke. Het moge duidelijk zijn dat Millencolin garant staat voor een partijtje heftig pogoën en springen. En toch… Toch kan het me niet echt meer opwinden. Of dat nou komt door het al redelijk late tijdstip of door de in mijn oren gebrekkige techniek vanaf de PA, ik heb het na een kwartiertje al wel weer gezien. Het is duidelijk dat de jongens uit Örebro nog alle energie van de wereld over hebben. Het is alleen jammer dat ze al die energie dan in hun moedertaal door onze strotten proberen te drukken. Het geluid is al niet te best, en dan ook nog in het Zweeds. Sja, wat moet je daar nou mee. Uit respect hou ik het nog even vol, maar al gauw is het wat mij betreft tijd om lekker bij de tent het laatste biertje van de dag soldaat te maken. Nog maar één dag…

« Roskilde 2002 2/4 · Roskilde 2002 4/4 »

Terug naar de post Roskilde 2002