Review Roskilde 2002 [1/4]
Stel je eens voor.Een week lang geen gezonde maaltijd. Een week lang niet douchen. Een week lang slecht slapen door het lawaai. Een week lang elke ochtend een kater. En voor dat alles betaal je dan ook nog eens stevig. Klinkt dom? Onlogisch? Masochistich? Verschrikkelijk? Niet dus.Want vul maar aan: een week lang doen wat je wilt. Een week lang drinken, wat en wanneer je maar wilt. Een week lang interessante gesprekken met zo mogelijk nog interessantere mensen. En een week lang muziek. Veel muziek. Harde muziek. Dat is een festival. Dat is Roskilde.
Dit jaar is de hattrick een feit. We zijn hier voor de derde keer in de modder aanbeland. De glaciale klei-achtige afzetting van Sjælland, het meest oostelijke deel van Denemarken, onder de rook van Kopenhagen, als die belachelijk harde wind eens uit het oosten zou blazen. Roskilde Festival is het grootste meerdaagse muziekfestijn in Europa. In 4 dagen geven zo’n 150 bands acte de présence. En zoals dat ook bij andere grote festivals het geval is is er geen dominante soort meer. Het program belooft van alles, uiteenlopend van Slayer’s snoeiharde metal, via lieve singer/songwriter dingetjes van Nelly Furtado tot de overdonderende techno-gabber-punk van Alec Empire.
Autohjælp
Maar het is niet de muziek die de eerste dagen van ons festival beheerste. Nee, wij werden, op een fijn rondritje door Kopenhagen op de woensdag voorafgaand aan De Grote Dagen, verrast door zaken van meer technische aard: onze auto besloot het bijltje er maar bij neer te gooien. Wat dus uitermate betrouwbaar vervoer had moeten zijn liet ons ergens in de Deense hoofdstad in de steek. Het ding begon op een gegeven moment wat te roken en te stinken, de temperatuur liep wat op en het sturen werd ineens wel heel erg zwaar. Aan de kant zetten en de ANWB bellen dus maar. Deze verwees ons door naar de Deense collega’s. “What seems to be the problem, sir?”, werd mij in uitstekend Engels gevraagd over de telefoon. “Well, our car doesn’t function as it should anymore, het is óf de stuurbekrachtiging óf de koelvloeistof”, want wij, hoe a-technish ook, hadden het probleem natuurlijk al gelokaliseerd. Het reservoir dat ver beneden de ‘min’ zat kan aan één van beiden toebehoren. De plas olie op de grond had ons natuurlijk meteen moeten doen realiseren dat het dan wel de stuurbekrachtiging moest zijn. Maar goed, zoals ik al zei, wij zijn geen monteurs.
Sleepwagen
Er zou binnen het uur een mannetje komen, “look for a yellow car with a swan on it”. Na zo’n 75 minuten toch maar even weer gebeld. “Hij komt eraan, dat andere klusje duurde iets langer dan verwacht. He’ll be there in 10 minutes”. En toen er na een half uur eindelijk iets geels arriveerde in de Krokodillegade schrokken wij nogal. Wij hadden een mannetje met een stationcar-achtige ANWB-auto verwacht die even snel het ogenschijnlijk kapotte slangetje kwam vervangen voor €10. 5 Minuten werk. Op z’n hoogst. Maar de beste man had kennelijk geen gewone auto meer kunnen regelen. Nee, in plaats daarvan kwam hij met een heuse sleepwagen aanzetten. Een beetje overdone, was mijn tweede gedachte [de eerste was er uiteraard één van totale opluchting]. We hebben deze redder der automobilisten er verder niet naar gevraagd, aangezien wij de enige Deen in het ganse land troffen die niet perfect Engels spreekt. Gelukkig was dat niet zo’n heel groot probleem, want de woorden ‘pumpe kaputt’ waarmee hij ons ten tweede male verraste zijn toch internationaal herkenbaar. De pomp van de powersteering dus naar de vaantjes. Rijden niet meer mogelijk of toch op z’n minst zeer onwenselijk. “Could you take us to a Peugeot-dealer”, probeerden wij behendig. Dat kon, maar die was waarschijnlijk al dicht om half zes. Ja, kom dan ook niet anderhalf uur te laat man! Maar goed, hij was er nu toch. Dan maar bij de garage neerzetten en wat anders verzinnen. 560 Deense kronen [€75] lichter bleek er wonderwel toch nog iemand aanwezig te zijn bij de garage aan de Middelfartgade. Het probleem werd door onze reddende engel voorgelegd in het Deens, oplossingen kwamen er vooralsnog niet. De monteurs, zo vertelde ons de uitermate beminnelijke telefoniste in voortreffelijk Engels, zouden er morgen naar kijken en we zouden gebeld worden als er nieuws was. Wij begonnen al voorzichtig voor te rekenen wat dit hele geintje ons zou gaan kosten.
Godsgeschenk
Het volgende probleem was hoe terug te geraken naar onze tent op het campingterrein in Roskilde, zo’n 40 kilometer verderop. Zonder auto was dat een schijnbaar onmogelijke opgave. Het openbaar vervoer aan een proefondervindelijke test onderwerpen dan maar. En aldus geraakten we op station ‘Nordhavnen’, 5 minuten lopen van de garage. Een blik op de treintabel bood absoluut geen uitkomst. Nergens prijkte de naam Roskilde op het schema. En dus schoten we de eerste de beste Deen aan die het perron op kwam lopen. Deze jongedame [die kennelijk al in de dertig moest zijn, aangezien ze ons later vertelde van een dochter van twaalf], was net op weg naar Roskilde! “Just follow me”. Oh, Godsgeschenk! De reis, met overstap, hadden wij nooit alleen kunnen uitvogelen voordat het donker werd. Ruim anderhalf uur later stonden we alweer bij onze tent. Ik wil bij deze dan ook mijn innige dank uitspreken aan deze vrouw, van wie ik de naam niet ken, laat staan haar leeftijd. Denemarken. Het land van schatten van mensen, die zondermeer bereid zijn iedere buitenlander in nood met raad en daad bij te staan.
Dit alles overkwam ons dus al op woensdag, toen het hele festijn nog goed en wel moest beginnen. Uiteindelijk hebben we vrijdags de auto weer op kunnen halen. Het koste ons niet minder dan 4100 Deense kronen [ruim €550]. Voor dat geld hebben we trouwens nog een halve sightseeing tour van Kopenhagen gehad, want de al eerder genoemde telefoniste was zo vriendelijk om ons met een auto van de zaak naar een bank te brengen. Natuurlijk duurde het tot bank nummer drie tot we daadwerkelijk geld konden opnemen met onze ABN-passen. Alleen was de machine die dat moest goedkeuren niet gewend aan onze kapitaalkrachtige Hollandse betaalrekeningen. Een dubbele geldautomaat-actie was uiteindelijk goed voor 4000 kronen, en het zakgeld van de dagen daarvoor vulde de hele rekening aan tot het gewenste bedrag. Maar we konden wel koers zetten richting Roskilde, eindelijk weer middels automobiel.
Music Maestro!
Maar waar gaat het nou eigenlijk om. Om de muziek natuurlijk. En door al die malheur zouden we bijna vergeten wat voor een spannende line-up Roskilde Festival editie 2002 voor ons in petto had. Op woensdag speelden er op het campingterrein al enkele kleinere bands. Die hebben we helaas moeten missen, maar de donderdag had wel een echte knaller op het programma staan: Rammstein op Orange, het grootste podium voorradig in Roskilde, ruimte voor minstens 50.000 man. Dat komt pas om 22:30 uur, dus we hebben nog even. Eerste naam op het lijstje Anno Domini 2002 is de Nederlandse technoheld DJ Remy [donderdag, white, 18:45, 27/06/2002]. Vorig jaar en in 2000 werd Neerlands bijzondere gewilde electronische werk al vertolkt door trancemeester DJ Tiesto. Dat was toen een enorme revelatie voor mij. Ik had nooit gedacht dat zulks populaire dancemuziek mij zou kunnen bekoren. Het lukte toen heel behoorlijk. Sterker nog, mijn minidiskspeler draagt sindsdien regelmatig livesets van DJs als Tiesto, Paul Oakenfold en Sasha in zich. Het is ongetwijfeld de overweldigend pompende bass die in de White-tent je broekspijpen doet fladderen om je benen. Ook DJ Remy weet datzelfde gevoel al vanaf de eerste tonen te genereren. Het programmaboekje vertelt ons dat het hier om ‘minimalist Detroit techno’ gaat. Ik denk dus meteen aan het al wat oudere Haagse Unit Moebius. Echter, we spreken hier over het jaar 2002, dus zo Detroit anno 1990 is het niet meer.
Verbroedering
DJ Remy heeft zijn geluid heel vloeiend aangepast aan dit millennium. Bezwerende beats met veel spannende, korte melodietjes eroverheen. Geen enkele toon trance, geen makkelijke happy snappy crappy dance. Nee, het geheel verwordt tot een geluidszee van duistere klanken, gedragen door loodzware beats en een smetteloos geregiseerde lichtshow. Minstens drie kwartier blijven we in White hangen, om alleen weg te gaan omdat Grote Naam Nummer één, Manu Chau om 19:30 op Orange begint. De totale verbroedering van mensen en de versmelting van muzieksoorten op een festival kan niet duidelijker geïllustreerd worden dan door het feit dat we tijdens de set van DJ Remy in gesprek raken met een stereotiepe hardrocker.
Als ik deze man, afkomstig uit het Utrechtse Houten, met een spijkerjas vol met Metallica en Slayer-plakkaten, die zich met volledige overgave laat gaan op de pompende techno van DJ Remy, vraag of dit niet heel erg techno is voor hem, antwoordt hij dat hij tweemaal per jaar electronische muziek geweldig vindt: tijdens Dance Valley, waar hij als security fungeert [wat ik meteen geloof, uitgaande van zijn behoorlijk imposante gestalte], en tijdens het Roskilde Festival. Hij wijst mij er nog even fijntjes op dat Rammstein later die avond ook optreedt, en dat hij daar nogal naar uitkijkt. Ik zeg hem dat we wat dat betreft gelijkgestemden zijn. Dit is trouwens ook het moment dat ik mijn eerste ijskoude tapbiertje krijg. Sjonge, wat zijn die dingen koud vergeleken met die bijna-lauwe blikken Holsten die we voor spotprijzen uit Duitsland meegenomen hebben. Het kost ook een aardige grijpstuiver, maar liefst 18 kronen dit jaar [bijna €2,50]. Dit jaar is Tuborg de drank- en hoofdsponsor, vorig jaar was dat nog het iets bekendere Carlsberg. Qua smaak denk ik niet dat er veel verschil inzit, maar dat zal meer aan mijn na twee dagen onderontwikkelde smaakpapillen ligt. Wat is een koud biertje toch lekker. 1 Tapje voor 10 blikken in dit geval!
Manu Chau
Maar goed, ik had het over Rammstein geloof ik. Oh ja, dat komt later. Want eerst is daar voor ons nog Manu Chau [donderdag, orange, 19:30, 27/06/2002].
Ook in 2001 was Manu Chau al van de partij. In dat jaar speelden ze in de Green tent, een tent waar zo’n 5000 mensen droog onder kunnen staan. Toen was het enkel omdat de voor ons dichtstbijzijnde entrance gate vlakbij green was dat we nog enkele klanken van Manu Chau meepakten. Wij moesten toen verder. Nu heeft Manu Chau [dit jaar luidt de volledige naam Manu Chau Radio Bemba Sound System] de volledige Orange stage ter beschikking. Kennelijk een groeiende band. Mijn theoretische voorbereiding leerde mij dat Manu Chau het produkt is van het vroegere Mano Negra, die eens die geweldige hit hadden met King Kong Five. Dat belooft dus wederom geweldig opwindende Latino hip-hop, gelardeerd met Franse, Spaanse en Engelse teksten. Toegegeven, de verschillende talen kon ik eruit pikken, maar de boodschap wordt er niet duidelijker van. En dat terwijl er kennelijk een bijzonder zware politieke mening op wordt nagehouden. Feit blijft wel dat het een behoorlijk dampende set werd neergezet. Het geel-rode voetbalshirt kan ik zo snel niet bij een voetbalelftal plaatsen [is het Galatasaray?]. De muziek valt net zo min makkelijk te plaatsen. Manu Chau opent met een heftig punkend nummer, waardoor het al redelijk warme publiek nog meer opgezweept wordt. Ska is the name of the game voor het grootste gedeelte van de show. Daarom vindt men dit leuk: het is zo aanstekelijk! Elk nummer begint als een fijn relaxed rustig reggae-nummer, maar verwordt al snel tot heftig punkende ska. Jammah Tammah is er niets bij. Ik verdenk de jongens van Manu Chau er overigens wel van dat dit hun standaard festival-repertoire is, want zo krijg je 30.000 man wel compleet gek. Eén woord, vijf letters: BRAVO. Een beter opwarming hadden we ons niet kunnen wensen.
Himmelev
Of toch wel. De lokale pasta was rijp om even uitgeprobeerd te worden. Wij kochten voor ‘slechts’ 35 kronen [€4.75] een piepklein bordje spaghetti, in elkaar geramd door de volleybalvereniging uit Himmelev. Of deze mensen even goed kunnen ballen als spaghetti maken durf ik niet te zeggen, maar ik hoop wel dat hun contributie niet evenredig hoog is. Begrijp me niet verkeerd, het was echt prima te doen, ik zou me er niet voor schamen als ik zo’n pot budgetti in elkaar gedraaid had, maar die 35 kronen is wel erg veel geld voor het gebodene. Maar goed, geld speelt op zo’n moment geen rol. De smaak was overduidelijk Noord-Europees Italiaans, zoals ik zou verwachten van elke pastaboer die opereert buiten Italië. Prima gekruid, met onderscheidbare stukken gehakt. Maar ja, het blijft een festivaltussendoortje, en dus moet ik maar snel ophouden over de veel te hoge prijs. Het was lekker! Na dit vrijblijvende gezeur over prijzen staat Grote Naam Nummer twee op de lijst: Rammstein [donderdag, orange, 22:30, 27/06/2002].
‘Ministry cover band’
Lekker gemaakt door verhalen van Pinkpopgangers van dit jaar, waren de verwachtingen hoog gespannen. De derde plaat van deze uit de voormalige DDR afkomstige industrial-metalrockers, Mutter, zal bij velen wel minstens één keer in de CD-speler gelegen hebben. Vooral het oorstrelende titelnummer en het catchy Sonne zijn zelfs door top 40-liefhebbers te herkennen. Van deze plaat las ik eens een review op CDNOW.com, met de legendarische woorden “… if you thought Sehnsucht [Rammstein’s tweede album, red.] was German for ‘Ministry cover band’, Mutter won’t change your mind”. De schrijver, Paul Semel, heeft hier wellicht gelijk in, maar toch heeft Rammstein wel degelijk een ander geluid dan Ministry. Het is allemaal wat sprookjesachtiger, wat spannender. En hoewel ik de liveshow van Ministry niet ken, kan ik wel zeggen dat Rammstein een totaal overdonderende stage-presence neerzet. Een kleine voetnoot is bij dezen wel op z’n plaats. Hoewel de organisatie van Roskilde elk jaar weer mooie dingen laat zien, blijkt ook dat er in het drukke schema wel eens zaken niet zo chique opgelost worden. Was er in 2000 een dubbel-programmering van Pearl Jam en Underworld, tegelijkertijd op de twee grootste podia, en was Underworld dus duidelijk de klos als gevolg van prioriteiten van het publiek, dit jaar valt die dubieuze eer aan The Chemical Brothers. Om 10 uur gepland, maar dan in Green. En dus zit er niet veel anders op dan daar slechts enkele minuten van mee te pakken, om ons vervolgens te haasten voor een mooi plaatsje bij Rammstein. Daar moet toch wat aan gedaan kunnen worden.
Meebrullen
Maar goed. Rammstein dus. Het begint allemaal bij de duistere intro van Mein Herz Brennt. De orchestrale zwaarmoedigheid die van de plaat afdruipt is live uiteraard niet zo duidelijk te ervaren, maar de energie waarmee onze Duitse vrienden het podium omtoveren tot een bron van hoogst explosieve materialen is onwaarschijnlijk. Bijkomende kippenvelgenerator is de totale overgave waarmee omringende festivalgangers meebrullen met de teksten. Of onze Duitse overburen op het campingterrein ook aanwezig zijn weet ik niet, ondanks de aanwijzingen van bijna-buren uit Noorwegen met een Braziliaanse vlag boven de tent dat Rammstein iets heel moois moet worden. Rammstein is namelijk groter dan Duitsland alleen. Heel de wereld heeft zich inmiddels onderworpen aan de soms bijna gothische klanken. En als je dan niet gaat voor de muziek is er in ieder geval zoveel te beleven: het vuurwerk is niet van de lucht. De sfeer is, ondanks het heftige en militante karakter van de muziek, buitengewoon vriendelijk. Geen geduw, geen geren, gewoon lekker gek worden van de muziek, zoals het hoort. En als Till dan uiteindelijk de superact uit de kast trekt, namelijk in een brandend pak het podium opkomen, zijn de oohs en aahs de enige juiste omschrijvingen. Pompers als Links 2, 3, 4, Feuer Frei!, Zwitter en Rein Raus van de plaat Mutter worden ons door de strot geduwd. Wat een arsenaal aan munitie! Wat een taal! Wat een show!
Könnt ihr uns hören?
We blijven enigszins teleurgesteld maar vol verwachting achter als Rammstein voor het eerst het podium verlaat. Want zelfs op een strak geregiseerd festival is er altijd ruimte voor een toegift. We hebben Sonne en Ich Will nog niet gehoord. Dat zijn toch de belangrijkste meebrullers. En ja, na enkele minuten komen onze slagers het podium weer op. Met ontembaar enthousiasme worden ook deze favorieten ten gehore gebracht. De euforie onder de toehoorders kent inmiddels geen grenzen meer. Ook uw reviewer betrapt zichzelf erop hartstochtelijk mee te brullen: “eins, hier kommt die Sonne / zwei, hier kommt die Sonne / drie, sie ist die hellste Sterrn von allen / vier, hier komnt die Sonne“, en ook “könnt ihr uns hören? jaaaah! / könnt ihr ons sehen? jaaaah! / könnt ihr uns fühlen? jaaaah! / wir verstehen euch nicht!” Je wilt niet weten wat voor effect zulke eenvoudige teksten hebben op een uitzinnige 50.000 koppige menigte. Tel daar de vele hectoliters bier en inmiddels verloren schaamte en onschuld bij op en je hebt een idee hoe dat eraan toegaat.
Wekker
Als onze verlossers uiteindelijk het podium verlaten blijft slechts ruimte voor totale leegte. Was dit het echt? Is het nu definitief afgelopen? Ja dus. Verder kijken op andere podia heeft echt geen zin meer. De avond is voorbij. Nagenieten en –drinken is de enige remedie. Een vergelijkbare situatie ontstond vorig jaar, Roskilde 2001, nadat Tool het festival op de donderdag feitelijk al tot een succes gemaakt had. Wat moet je na zo’n overrompelend optreden nog verwachten? Zal ik alvast maar naar huis gaan? Het kan niet meer beter worden. Lekker slapen dan maar, morgen moet de auto opgehaald worden uit Kopenhagen, de wekker wordt op 10:00 AM gezet.












